ECLI:NL:RBDHA:2023:15452
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken medische informatie en mvv-vereiste
Eiser, geboren in 1970 en van Marokkaanse nationaliteit, vroeg op 1 februari 2021 een verblijfsvergunning aan op grond van artikel 8 EVRM Pro. De Staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet overleggen van benodigde medische stukken voor een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA).
De rechtbank oordeelt dat hoewel het medische dossier summier is, eiser niet alle vereiste documenten heeft aangeleverd om een BMA-advies te kunnen vragen. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro werd door de Staatssecretaris in het nadeel van eiser gemaakt, mede omdat het verblijf van eiser grotendeels illegaal was en hij geen bijzondere omstandigheden aannemelijk maakte.
Hoewel eiser al meer dan twintig jaar in Nederland verblijft en een sterke band met Nederland heeft, weegt dit niet zwaarder dan het Nederlandse belang bij een restrictief toelatingsbeleid. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van connexiteit.
De rechtbank stelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat zonder volledige medische stukken geen beoordeling van de medische situatie mogelijk was. De afwijzing van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening zijn daarmee rechtsgeldig.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.