ECLI:NL:RBDHA:2023:15455
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eiseres, geboren in 1945 en Surinaamse staatsburger, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland om bij haar meerderjarige zoon te verblijven. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit verzoek af omdat geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat de relatie tussen eiseres en haar zoon niet uitstijgt boven normale ouder-kind banden, mede omdat eiseres sinds 1995 in Suriname woont en slechts tijdelijk bij haar zoon verbleef. Medische verklaringen over dementie en Parkinson werden onvoldoende onderbouwd bevonden.
Verder concludeerde de rechtbank dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro zorgvuldig en in het nadeel van eiseres is gemaakt, waarbij ook het Nederlandse toelatingsbeleid en het economisch belang zijn meegewogen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van connexiteit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.