ECLI:NL:RBDHA:2023:15456
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 EVRM wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Zij voerde aan dat zij aanspraak maakte op een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 EVRM Pro vanwege familie- en gezinsleven met haar moeder. De staatssecretaris oordeelde dat eiseres niet onder het jongvolwassenenbeleid viel en dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestond tussen haar en haar moeder.
De rechtbank bevestigde dat eiseres sinds 2018 zelfstandig woont en een eigen gezin heeft gevormd, waardoor het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing is. Tevens concludeerde de rechtbank dat er geen sprake is van meer dan gebruikelijke emotionele of financiële afhankelijkheid, mede omdat het contact met haar moeder lange tijd beperkt was en financiële steun slechts sporadisch plaatsvond.
De belangenafweging van de staatssecretaris werd als zorgvuldig en voldoende gemotiveerd beoordeeld. De rechtbank vond dat de staatssecretaris terecht rekening hield met het ontbreken van objectieve belemmeringen voor terugkeer naar Nigeria, de beperkte binding van eiseres met Nederland, en het economisch belang van de Nederlandse staat. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 EVRM wordt ongegrond verklaard.