ECLI:NL:RBDHA:2026:121

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 januari 2026
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
NL25.28587
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag op basis van wisselende verklaringen en onvoldoende onderbouwing van medische problemen

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 5 januari 2026 uitspraak gedaan in een asielprocedure. Eiseres, een Nigeriaanse vrouw geboren in 2003, had eerder een asielaanvraag ingediend die op 24 augustus 2023 was afgewezen. Op 5 februari 2024 diende zij een opvolgende aanvraag in, waarin zij aangaf problemen te hebben met bendeleden in Nigeria. De rechtbank behandelde het beroep op 27 november 2025, waarbij eiseres en haar gemachtigden aanwezig waren. De rechtbank oordeelde dat de asielaanvraag van eiseres kennelijk ongegrond was, omdat zij wisselend had verklaard ten opzichte van haar eerdere aanvraag en haar medische klachten niet voldoende waren onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat de door eiseres ingebrachte foto van een litteken niet voldoende bewijs bood voor haar asielmotieven. Ook werd er onvoldoende rekening gehouden met de belangen van haar minderjarige kind, omdat eiseres niet had onderbouwd waarom het belang van haar kind zich verzet tegen haar terugkeer naar Nigeria. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de proceskosten af.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.28587

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer],
ook namens haar minderjarige kind [kind]
(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).

Procesverloop

Met het bestreden besluit van 24 juni 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Als tolk in de Engelse taal was aanwezig [tolk].

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [datum] 2003 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben. Zij heeft op 22 oktober 2021 een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is afgewezen met het besluit van 24 augustus 2023. Het beroep [1] tegen dat besluit is ongegrond verklaard. Het besluit van 24 augustus 2023 staat daarmee in rechte vast.
2. Op 5 februari 2024 heeft eiseres een opvolgende asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft zij ten grondslag gelegd dat zij problemen heeft ervaren met bendeleden van de Eyé. Eiseres heeft hierover niet eerder kunnen verklaren omdat zij bang was voor bendeleden in Nederland en omdat zij het moeilijk vindt om over traumatische gebeurtenissen te praten. In de vorige procedure dacht ze dat ze kon volstaan met wat ze toen heeft verklaard. Zij heeft ook last van psychische problemen.
3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond zoals bedoeld in artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw. [2] Verweerder heeft de gestelde problemen met de bendeleden niet geloofwaardig geacht. Eiseres heeft wisselend verklaard ten opzichte van haar vorige aanvraag. Verder klopt de door eiseres geschetste tijdlijn niet en is eiseres ondanks haar gestelde problemen nog geruime tijd in Nigeria blijven wonen. Niet is gebleken dat de door eiseres gestelde en niet onderbouwde psychische klachten invloed hebben gehad op het gehoor in de eerste procedure. Voor zover eiseres de door haar gestelde mishandelingen heeft willen onderbouwen met een foto van een op haar lichaam aanwezig litteken, concludeert verweerder dat de gestelde problemen met de bendeleden hiermee niet alsnog aannemelijk zijn gemaakt.
4. Eiseres voert hiertegen aan dat uit het M35-O formulier volgt dat zij in de vorige procedure niet het gehele verhaal durfde te vertellen. Inmiddels heeft zij therapie en daardoor durft zij meer openheid te geven. Ze verwijst hierbij naar haar in beroep overgelegde medische dossier. Verweerder heeft miskend dat de psychische problematiek van eiseres de reden kan zijn voor de wisselende verklaringen. Eiseres betwist dat de tijdlijn in haar verhaal niet klopt. Verweerder gaat daarnaast onvoldoende in op de redenen van eiseres om in Nigeria te blijven en om terug te keren. Verweerder stelt ook ten onrechte dat de overgelegde foto niet bijdraagt aan de aannemelijkheid van het relaas. Tot slot heeft verweerder nagelaten in te gaan om de belangen van haar zoontje, die bekend is met gedragsproblemen. Hierbij verwijst zij naar documenten die zij ter onderbouwing heeft overgelegd en naar een uitspraak van de rechtbank, zittingsplaats Amsterdam. [3]
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. Verweerder heeft de problemen met de bendeleden niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht.
6. Niet in geschil is dat eiseres op meerdere punten (sterk) wisselend heeft verklaard ten opzichte van haar eerdere procedure. De gestelde medische klachten die hieraan ten grondslag zouden liggen, heeft eiseres pas in beroep onderbouwd met haar medisch dossier. Daaruit blijkt dat zij is doorverwezen voor gespecialiseerde traumabehandeling, maar uit de overgelegde medische informatie kan niet worden afgeleid of en zo ja in welke mate de psychische problematiek van eiseres eerder van invloed is geweest op haar vermogen om consistent en naar waarheid te verklaren over haar asielmotieven. In zoverre kan dan ook niet worden gezegd dat aan eiseres ten onrechte is tegen geworpen dat zij wisselend heeft verklaard. Voor zover eiseres stelt er last van te hebben gehad dat zij in de eerste procedure door een mannelijke gehoormedewerker is gehoord, heeft verweerder in dit verband niet ten onrechte overwogen dat eiseres heeft nagelaten dit destijds aan de orde te stellen. Het gehoorverslag biedt geen aanknopingspunten voor de conclusie dat de wijze van horen van invloed is geweest op het vermogen van eiseres om te verklaren.
7. Verweerder heeft verder terecht overwogen dat eiseres wisselend heeft verklaard door enerzijds te stellen dat zij haar moeder en zus niet op de hoogte heeft gesteld van haar problemen, maar anderzijds ook te verklaren dat zij haar moeder heeft verteld dat zij niet veilig was in Nigeria. Daarnaast heeft verweerder terecht opgemerkt dat eiseres wisselend heeft verklaard over de duur van de periode waarin de problemen zouden hebben plaatsgehad (twee versus drie jaar) en heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat er kanttekeningen zijn te plaatsen bij de tijdlijn in haar verklaringen. Eiseres heeft immers verklaard dat zij denkt dat de gebeurtenis die de aanleiding zou hebben gevormd voor haar problemen rond december 2019 is geweest, terwijl vaststaat dat zij in oktober 2019 een DNA-onderzoek heeft laten uitvoeren ter voorbereiding van haar vertrek uit Nigeria – naar haar zeggen vanwege de gestelde problemen.
8. Verweerder wijst er in het bestreden besluit terecht op dat uit de overgelegde foto van een litteken niet kan worden opgemaakt onder welke omstandigheden en om welke reden het daarmee samenhangende letsel is ontstaan. Gelet op de tekortkomingen in de verklaringen van eiseres, heeft verweerder daarom niet ten onrechte geconcludeerd dat de foto niet voldoende is om het asielrelaas aannemelijk te achten. Het voorgaande geldt ook voor de beide in beroep overgelegde foto’s waarop eiseres een litteken toont.
9. Tot slot bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van het kind. Uitgangspunt hierbij is dat het in het belang van het kind is om bij zijn ouder(s) te verblijven. Nu eiseres in de besluitvormingsprocedure niets heeft aangevoerd over de terugkeer van haar kind met haar naar Nigeria, bestond er voor verweerder geen aanleiding om hier een nadere motivering aan te wijden. Ook in beroep heeft eiseres niet onderbouwd waarom het belang van haar kind zich verzet tegen deze terugkeer. Het overgelegde cliëntplan maakt dit niet inzichtelijk.

Conclusie en gevolgen

10. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 5 januari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

2.Vreemdelingenwet 2000
3.Uitspraak d.d. 13 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2514.