ECLI:NL:RBDHA:2023:15586
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onjuiste belangenafweging bij verblijf op grond van artikel 8 EVRM familie- en gezinsleven
Eiseres, afkomstig uit Eritrea en lijdend aan paranoïde schizofrenie, verzocht om verblijf in Nederland bij haar meerderjarige dochter (referente) op grond van artikel 8 van Pro het EVRM, dat familie- en gezinsleven beschermt. De staatssecretaris wees de aanvraag af na een belangenafweging waarbij het persoonlijk belang van eiseres en referente werd afgewogen tegen het belang van de Nederlandse staat.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de belangenafweging onjuist heeft verricht. Hoewel erkend is dat er sprake is van meer dan normale emotionele banden en familie- en gezinsleven, heeft de staatssecretaris de feiten en omstandigheden die dit ondersteunen niet in het voordeel van eiseres en referente meegewogen. De economische belangen van de Nederlandse staat werden onvoldoende gemotiveerd als zwaarder wegend dan het persoonlijke belang.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden, inclusief de afhankelijkheid van eiseres van haar dochter en de objectieve belemmering voor referente om in Eritrea te wonen, in de belangenafweging betrokken moeten worden. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege een onjuiste belangenafweging.