Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 januari 2023 in de zaak tussen
Ministerie van Justitie en Veiligheid, uit Den Haag, eiser,
[derde-partij], uit [woonplaats], belanghebbende.
Rechtbank Den Haag
De werknemer was sinds 2007 in dienst als bewaarder/complexbeveiliger en meldde zich in 2013 ziek. Na een periode van loondoorbetaling en diverse WIA-aanvragen, legde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (verweerder) een loonsanctie op aan de werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.
De werkgever stelde dat de langdurige ziektegeschiedenis en toegenomen klachten sinds 2017 meebrachten dat re-integratie niet mogelijk was. Verweerder stelde dat het besluit uit 2019, waarin geen recht op WIA werd toegekend, in rechte vaststaat en dat een nieuwe wachttijd van 104 weken is gestart bij de nieuwe ziekmelding in 2017.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht zonder deugdelijke grond, aangezien er wel arbeidsmogelijkheden voor de werknemer bestonden. De toekenning van een IVA-uitkering na afloop van de loonsanctieperiode leidt niet tot een ander oordeel omdat deze op andere maatstaven is gebaseerd.
Het beroep van de werkgever is daarom ongegrond verklaard en de loonsanctie tot 17 december 2020 blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen is ongegrond verklaard.