Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon geboren in 2004, betwist het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij voert aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn, mede doordat de Marokkaanse autoriteiten niet hebben gereageerd op de aangevraagde laissez-passer (LP) en hij weigert nieuwe vingerafdrukken af te staan. Tevens stelt hij detentieongeschikt te zijn vanwege medische klachten en onvoldoende zorg in het detentiecentrum.
De rechtbank oordeelt dat het voortduren van de maatregel tot 21 augustus 2023 rechtmatig was en dat sinds die datum geen nieuwe omstandigheden zijn ontstaan die het voortduren onrechtmatig maken. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat de Marokkaanse autoriteiten geen gegevens van hem hebben; eerder afgegeven vingerafdrukken waren onleesbaar, en het uitblijven van nieuwe vingerafdrukken is aan eiser zelf te wijten. De medische klachten en de gestelde ontoereikende zorg zijn onvoldoende onderbouwd en leiden niet tot detentieongeschiktheid.
De belangenafweging blijft onveranderd ten gunste van de maatregel, mede omdat eiser geen nieuwe feiten heeft aangevoerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.