ECLI:NL:RBDHA:2023:15924
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens procedurele beslissingen en misbruik wraking
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een civiele belastingzaak, op grond van drie procedurele beslissingen tijdens de mondelinge behandeling. Het verzoek betrof het niet mogen indienen van nadere stukken, het weigeren van verwijzing naar een meervoudige kamer en een opmerking over hoger beroep die zou duiden op vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde dat procedurele beslissingen in beginsel geen grond voor wraking vormen, tenzij deze zodanig gemotiveerd zijn dat ze de schijn van vooringenomenheid wekken. Dit was niet het geval; de rechter handelde binnen zijn discretionaire bevoegdheid en de motivering was begrijpelijk. Daarnaast werd vastgesteld dat het wrakingsverzoek misbruikt werd om de procedure te frustreren.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen, het proces voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek, en een wrakingsverbod opgelegd zodat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik.