ECLI:NL:RBDHA:2023:1594
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Italië
Eiser, met Ethiopische nationaliteit, diende op 26 april 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 25 februari 2022 illegaal Italië was binnengekomen, waardoor Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Eiser voerde aan dat de illegale verblijfperiode in Italië onduidelijk is, dat hij in Italië geen adequate rechtshulp ontving, niet werd bijgestaan door een tolk, en dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de Italiaanse asielprocedure. Tevens verwees hij naar een circular letter van Italiaanse autoriteiten die overdrachten tijdelijk opschort.
De rechtbank oordeelde dat verweerder mocht uitgaan van de Eurodac-gegevens en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze onjuist waren. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Italië, en eiser had onvoldoende bewijs voor structurele tekortkomingen of onmogelijkheid tot klagen bij Italiaanse autoriteiten. De circular letter vormt slechts een tijdelijk feitelijk overdrachtsbeletsel en ontneemt het vertrouwensbeginsel niet.
Ook het beroep op familieleden in Nederland faalde omdat deze niet tot de familiekring van artikel 16 Dublinverordening Pro behoren en de afhankelijkheid niet was onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.