ECLI:NL:RBDHA:2023:15964
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieverzoek kinderopvangtoeslag wegens ontbreken institutionele vooringenomenheid en hardheid
Eiseres verzocht compensatie in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag, nadat haar verzoek was afgewezen door de Belastingdienst. De rechtbank beoordeelt of de afwijzing terecht is, waarbij zij het deskundigenadvies van de Commissie van Wijzen volgt dat geen sprake is van institutioneel vooringenomen handelen of onbillijke hardheid.
Feiten tonen dat eiseres in 2013 geen schade leed door terugvordering of stopzetting van toeslag. Over 2014 vond een reguliere terugvordering plaats vanwege minder afgenomen opvanguren na stopzetting van de toeslag. Eiseres stelde dat zij door plaatsing op een uitsluitlijst geen nieuwe aanvraag kon indienen, maar de rechtbank oordeelt dat dit niet aannemelijk is en dat plaatsing op de lijst niet betekent dat aanvragen niet worden behandeld.
De rechtbank concludeert dat geen sprake is van vooringenomenheid of onredelijke hardheid en dat het beroep ongegrond is. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan. Eiseres krijgt geen compensatie en draagt haar eigen proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en compensatie wordt geweigerd wegens ontbreken van institutionele vooringenomenheid of onbillijke hardheid.