ECLI:NL:RBDHA:2023:15965
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening zorgtoeslag 2021 op basis van nieuw inkomensgegeven terecht
Eiser maakte bezwaar tegen de definitieve berekening van de zorgtoeslag over 2021, waarbij de Belastingdienst het toetsingsinkomen had herzien op basis van een inkomensmelding uit de Basisregistratie Inkomensgegevens (BRI). Dit leidde tot terugvordering van een te hoog ontvangen voorschot.
Eiser betoogde dat een nabetaling van Aegon Levensverzekering over meerdere jaren buiten beschouwing moest blijven, maar de Belastingdienst hield vast aan het authentieke inkomensgegeven uit de BRI. De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn in bezwaar was overschreden, maar dat dit geen gevolgen had voor de rechtmatigheid van het besluit.
De rechtbank stelde vast dat de Belastingdienst verplicht is de zorgtoeslag te herzien bij wijziging van inkomensgegevens en dat het terugvorderen van het teveel ontvangen bedrag het uitgangspunt is. Wel ontbrak bij het bestreden besluit een belangenafweging, waardoor het beroep gegrond werd verklaard.
De Belastingdienst herstelde dit motiveringsgebrek in het verweerschrift en stelde dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om van terugvordering af te zien. De rechtbank volgde dit standpunt en liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
Tot slot werd vastgesteld dat eiser teveel griffierecht had betaald, waarop de Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van € 134. Eiser maakte geen overige proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, het bestreden besluit wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de Belastingdienst vergoedt teveel betaald griffierecht.