ECLI:NL:RBDHA:2023:1604
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 8 december 2021. Op 20 oktober 2022 heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen en een verblijfsvergunning verleend met terugwerkende kracht tot de datum van aanvraag, geldig tot 8 december 2026. Hierdoor is het beroep op het niet tijdig beslissen feitelijk ingewilligd, waardoor het procesbelang voor dit onderdeel ontbreekt.
Eiser handhaafde zijn beroep omdat de staatssecretaris geen bestuurlijke dwangsom toekende. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit echter de toepassing van dwangsommen uit voor besluiten op asielaanvragen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dat deze wet niet in strijd is met het Unierecht. Hierdoor kan eiser met zijn beroep niet bereiken wat hij wil, waardoor ook op dit punt het procesbelang ontbreekt.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de lichte wegingsfactor vanwege het beperkte onderwerp van het beroep.
De uitspraak is gedaan door rechter Sinack en griffier D’Hoore en is gepubliceerd zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €418,50.