ECLI:NL:RBDHA:2023:16053
Rechtbank Den Haag
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring in vreemdelingenrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan eiseres op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is sinds 7 mei 2023 van kracht en is reeds meerdere malen door de rechtbank getoetst, waarbij telkens werd vastgesteld dat de maatregel rechtmatig was.
Eiseres voerde aan dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend zou zijn in de uitzetting, onder meer wegens gebrek aan fysiek contact en onvoldoende communicatie met de Chinese autoriteiten. De staatssecretaris stelde dat er wel degelijk voortgang was, waaronder een nieuwe laissez-passer aanvraag en gerappelleer bij de Chinese autoriteiten.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gehandeld, mede gelet op de korte periode sinds de laatste beoordeling en het feit dat telefonisch contact met eiseres is onderhouden vanwege fysieke problemen van de regievoerder. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van de eerdere rechtmatigheidsbeoordelingen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de voortzetting van de maatregel van bewaring blijft rechtmatig en er is geen grond voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de maatregel van bewaring blijft rechtmatig van kracht.