ECLI:NL:RBDHA:2023:1606
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij asielaanvraag
Eiser diende op 3 augustus 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 20 november 2021. Op 18 augustus 2022 verleende de staatssecretaris alsnog een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot de datum van aanvraag, geldig tot 20 november 2026. Verweerder stelde dat geen dwangsom verschuldigd was wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank overwoog dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen feitelijk is opgeheven door de verlening van de vergunning, waardoor het procesbelang ontbreekt. Daarnaast sluit de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND de toepassing van bestuursrechtelijke dwangsommen uit op asielbesluiten, wat door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is bevestigd in een uitspraak van 30 november 2022.
Omdat eiser met het beroep geen rechtsgevolg kan bereiken en het procesbelang ontbreekt, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd achterwege gelaten aangezien eiser reeds proceskosten vergoed kreeg in een eerdere procedure over het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen.