ECLI:NL:RBDHA:2023:16392
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot wijziging geslachtsnaam minderjarig kind ondanks bezwaren vader
De moeder heeft een verzoek ingediend tot wijziging van de geslachtsnaam van haar minderjarige zoon, die aanvankelijk de achternaam van de vader droeg. De vader heeft bezwaar gemaakt tegen deze wijziging en stelde dat hij wel met het kind heeft samengewoond, maar kon dit niet aantonen met voldoende bewijs. De Basisregistratie Personen gaf aan dat de vader niet met het kind samenwoonde.
De rechtbank oordeelde dat de moeder het kind gedurende ten minste vijf jaar heeft verzorgd en opgevoed en dat de vader minder dan een vierde deel van die periode met het kind in gezinsverband heeft samengeleefd. De verklaringen van familieleden en een vriend, alsmede een aanvraagformulier voor kraamzorg, waren onvoldoende om het samenwonen aannemelijk te maken.
In de belangenafweging gaf de rechtbank het belang van het kind om zich te kunnen identificeren met het gezin waarin het dagelijks leeft, doorslaggevend. De naamswijziging werd daarom terecht toegewezen, ondanks het bezwaar van de vader. Het besluit is zorgvuldig gemotiveerd en het beroep van de vader wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vader wordt ongegrond verklaard en het besluit tot wijziging van de geslachtsnaam blijft in stand.