Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen zijn feitelijke overdracht aan de Italiaanse autoriteiten op 4 mei 2021 en vervolgens beroep ingesteld tegen de afwijzing van dit bezwaar door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank heeft het beroep op 14 september 2023 behandeld, waarbij eiser niet is verschenen.
De kern van het geschil betreft de ontvankelijkheid van het beroep en de vraag of verweerder het toetsingskader ten onrechte te beperkt heeft toegepast door alleen argumenten en bewijsmiddelen mee te wegen die vóór de feitelijke overdracht zijn ingebracht. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië niet langer geldt en dat hij had moeten worden gehoord.
De rechtbank oordeelt dat de bezwaarprocedure tegen een feitelijke overdracht een beperkte heroverweging inhoudt, waarbij alleen gronden die vóór de overdracht zijn ingebracht mogen worden betrokken. Argumenten en bewijsmiddelen die na de overdracht zijn ontstaan, mogen niet worden meegewogen. Verweerder heeft daarom terecht de latere gronden buiten beschouwing gelaten en het bezwaar als kennelijk ongegrond beoordeeld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt afgewezen. Eiser kan binnen vier weken beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.