ECLI:NL:RBDHA:2023:16399
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring zonder zicht op uitzetting naar Marokko
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is sinds 3 juli 2023 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder het voortduren van de bewaring tot 28 augustus 2023 als rechtmatig beoordeeld. In deze uitspraak staat alleen de rechtmatigheid van de maatregel na die datum ter beoordeling. Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn omdat de Marokkaanse autoriteiten nog geen laissez-passer hebben verstrekt, ondanks zijn medewerking aan het afnemen van vingerafdrukken.
De rechtbank oordeelt dat in het algemeen wel zicht is op uitzetting naar Marokko en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval ontbreekt. De vertraging wordt mede veroorzaakt doordat eiser aanvankelijk weigerde mee te werken en het lp-traject daardoor nog loopt. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat een laissez-passer niet zal worden verstrekt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.