ECLI:NL:RBDHA:2023:16504
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken beschermenswaardig gezinsleven volgens artikel 8 EVRM
Eiseres, samen met haar minderjarige zoon, verzoekt om een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar vader, de referent, die sinds 2016 een verblijfsvergunning asiel heeft. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat niet voldaan werd aan de voorwaarden voor beschermenswaardig gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM Pro, waarbij de meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie ontbrak.
De rechtbank overweegt dat eiseres, ondanks haar leeftijd van 27 jaar en het feit dat zij een eigen gezin heeft gevormd, niet onder het jongvolwassenenbeleid valt. Haar huwelijk en zelfstandig gezinsleven in Turkije maken dat zij niet langer tot het gezin van haar vader behoort. Ook na haar scheiding is niet gebleken dat zij weer als jongvolwassene tot het ouderlijk gezin is gaan behoren.
Verder concludeert de rechtbank dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat tussen eiseres en haar vader. Hoewel er sprake is van emotionele en financiële steun, is dit niet uitzonderlijk binnen de context van een gevlucht gezin. De banden tussen de grootouders en het minderjarige kind overstijgen eveneens niet het normale niveau. De psychische gesteldheid van eiseres en de situatie in Turkije leiden niet tot een andere beoordeling.
De belangenafweging van de staatssecretaris, waarbij het economisch belang van Nederland en het restrictieve toelatingsbeleid zwaar wegen, wordt door de rechtbank als zorgvuldig en evenwichtig beoordeeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning regulier wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van beschermenswaardig gezinsleven.