ECLI:NL:RBDHA:2023:16571
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Letland en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, met de Syrische nationaliteit, verzocht om asiel in Nederland nadat hij eerder een asielaanvraag in Letland had gedaan. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Letland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Eiser stelde dat hij in Letland nooit asiel heeft aangevraagd en dat de situatie aan de grens onveilig is, mede vanwege de medische situatie van zijn zoon.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht uitgaan en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Letland tekortschiet in de opvang of behandeling, noch dat zijn zoon daar niet adequaat behandeld kan worden. De stellingen van eiser werden niet ondersteund door voldoende bewijs of algemene informatie.
Daarom blijft het besluit dat de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen in stand. Het verzoek om een voorlopige voorziening die uitzetting zou verbieden, werd eveneens afgewezen. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen.