Eisers, bestaande uit de (gestelde) ouders en broers van een minderjarige Eritrese referent, vroegen machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) aan in het kader van nareis. De staatssecretaris wees deze aanvragen af wegens onvoldoende bewijs van identiteit en familierechtelijke relatie en het niet voldoen aan de samenwerkingsplicht.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende rekening heeft gehouden met de omstandigheden waaronder eisers de gevraagde documenten konden aanleveren, waaronder reisbeperkingen in Eritrea. Tevens had de staatssecretaris op grond van de werkinstructie WI 2022/7 DNA-onderzoek moeten aanbieden en een integrale beoordeling moeten maken, wat niet is gebeurd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak, inclusief het aanbieden van DNA-onderzoek en een betere motivering. Eisers worden in de proceskosten en griffierecht tegemoetgekomen.