ECLI:NL:RBDHA:2023:16731
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing aanvraag uitstel vertrek op grond van medische omstandigheden vreemdeling
Eiser heeft een aanvraag ingediend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om uitstel van vertrek vanwege medische redenen. De staatssecretaris wees deze aanvraag af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelde dat noodzakelijke medische zorg in Sri Lanka beschikbaar en toegankelijk is.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat de medische zorg voor zijn echtgenote niet beschikbaar is, waardoor ook voor hem de zorg niet toegankelijk zou zijn. De rechtbank oordeelt echter dat de medische situatie van de echtgenote niet relevant is voor de beoordeling van de toegankelijkheid van zorg voor eiser zelf. De rechtbank neemt aan dat eiser wel procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in het besluit van de staatssecretaris omdat niet is beoordeeld of het terugkeerbesluit kan worden gehandhaafd in het licht van nieuwe omstandigheden en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (artikel 8 EVRM Pro). Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen ervan in stand. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.