ECLI:NL:RBDHA:2024:14261
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitstel van vertrek wegens medische redenen bij feitelijke uitzetting naar Marokko
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 om uitstel van vertrek vanwege zijn medische toestand. Verweerder wees dit verzoek af op basis van meerdere adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA), die stelden dat eiser weliswaar een medische noodsituatie tegemoet gaat zonder behandeling, maar dat hij onder begeleiding kan reizen en dat noodzakelijke zorg en medicatie in Marokko beschikbaar zijn.
Eiser maakte bezwaar tegen de afwijzing en tegen de feitelijke uitzetting, waarbij de rechtbank oordeelde dat het bezwaar tegen feitelijke uitzetting niet in deze procedure kan worden meegenomen zolang rechtsmiddelen tegen het terugkeerbesluit openstaan. De rechtbank oordeelde dat verweerder aan zijn vergewisplicht had voldaan door het BMA-advies te volgen en garanties te geven dat uitzetting pas plaatsvindt als fysieke overdracht geregeld is.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de medische zorg in Marokko voor hem feitelijk niet toegankelijk is, onder meer omdat hij geen concrete financiële gegevens of bewijs van onmogelijkheid tot toegang tot zorg heeft overgelegd. Ook het beroep op het arrest TQ faalde omdat dit arrest betrekking heeft op alleenstaande minderjarige vreemdelingen en niet op de situatie van eiser.
De rechtbank concludeerde dat het terugkeerbesluit uit 2016 gehandhaafd kan blijven en dat het beroep ongegrond is. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.