Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft op 4 januari 2022 een asielaanvraag ingediend in Nederland, nadat zij eerder een verzoek had gedaan in een andere Dublin-lidstaat. Op 2 september 2022 werd zij toegelaten tot de nationale procedure in Nederland, waarmee Nederland verantwoordelijk werd voor de behandeling van haar aanvraag. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 2 maart 2023 eindigen.
Met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 op 27 september 2022 is deze beslistermijn met negen maanden verlengd tot 2 december 2023. De rechtbank heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is vanwege de situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet.
Eiseres diende op 4 mei 2023 een ingebrekestelling in, maar de rechtbank oordeelt dat deze te vroeg was omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en twee weken zijn verstreken. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier E.C. Jacobs en is openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling.