ECLI:NL:RBDHA:2023:16880
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen en vergrijpboetes buitenlandse bankrekeningen terecht aan echtgenoot opgelegd
Eiser en zijn echtgenote hadden buitenlandse bankrekeningen en een Panamese entiteit waarvan het vermogen niet volledig was aangegeven in de belastingaangiften over 2007 tot en met 2015. De Belastingdienst legde navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op wegens het niet aangeven van deze vermogensbestanddelen.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet de vereiste aangiften heeft gedaan en dat de bewijslast omgekeerd en verzwaard is. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd om de aanslagen en boetes te weerleggen. De rechtbank acht aannemelijk dat eiser zich bewust was van het niet aangeven van het buitenlandse vermogen en dat sprake is van voorwaardelijk opzet.
De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslagen over 2007 tot en met 2014 correct zijn, maar vermindert de aanslag over 2015 en de daarbij behorende rentebeschikking. Ook worden de vergrijpboetes over 2014 en 2015 vernietigd en de overige boetes gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. De proceskosten worden toegewezen aan eiser.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en vergrijpboetes zijn terecht opgelegd, met gedeeltelijke vermindering voor 2014 en 2015 en matiging wegens overschrijding redelijke termijn.