ECLI:NL:RBDHA:2023:16957
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de verlenging van de beslistermijn door het besluit WBV 2022/22, dat sinds 27 september 2022 van kracht is en de beslistermijn met negen maanden verlengt voor asielaanvragen die op die datum nog niet waren verstreken. Eiser betwist dat deze verlenging geldig is toegepast op zijn aanvraag, die op 21 oktober 2022 is ingediend, en stelt dat de ingebrekestelling van 29 april 2023 daarom niet tijdig was.
De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging terecht is toegepast. De ingebrekestelling is daardoor te vroeg ingediend. Ook is geoordeeld dat de staatssecretaris niet verplicht is om individuele kennisgevingen te doen over de verlenging, omdat publicatie in de Staatscourant voldoende is.
Gelet hierop voldoet eiser niet aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep op grond van niet tijdig beslissen. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling door eiser.