ECLI:NL:RBDHA:2023:17020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens onvoldoende motivering minderjarigheid en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser en zijn minderjarige zoon hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om hun asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat de aanvullende zienswijze van eiser onterecht niet in de besluitvorming is betrokken, maar dit gebrek wordt gepasseerd omdat eiser op zitting kon reageren. Het betoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt wegens pushbacks en onvoldoende rechtsbescherming in Roemenië wordt verworpen vanwege gebrek aan concreet bewijs.
Eiser slaagt echter in zijn betoog dat de belangen van zijn minderjarige zoon niet zijn meegewogen, wat een ernstig gebrek in de besluitvorming vormt. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een fundamenteel verschil is in beschermingsbeleid tussen Nederland en Roemenië.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de belangen van de minderjarige en het interstatelijk vertrouwensbeginsel, en de staatssecretaris moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.