ECLI:NL:RBDHA:2023:17290
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander niet onrechtmatig verklaard
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming als derdelander uit Oekraïne te beëindigen per 4 september 2023. De rechtbank heeft het beroep samen met een verzoek tot voorlopige voorziening op 9 november 2023 behandeld.
De rechtbank verwijst naar een eerdere meervoudige kameruitspraak van 30 oktober 2023 waarin werd vastgesteld dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming van de facultatieve groep, waaronder eiser valt, te beëindigen. Tevens werd geoordeeld dat deze beëindiging niet in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel en dat een voornemenprocedure volstaat zonder individueel gehoor.
Eisers argumenten over schending van deze beginselen en verwijzingen naar andere uitspraken worden door de rechtbank verworpen. Ook is niet gebleken van een ondubbelzinnige toezegging door verweerder die het vertrouwensbeginsel zou rechtvaardigen. Het verzoek tot aanhouding of schorsing van de procedure tot uitspraak van de Raad van State wordt afgewezen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier J.A. Hessels en openbaar gemaakt op 13 november 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.