ECLI:NL:RBDHA:2023:17372
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf als familie- of gezinslid wegens onvoldoende aannemelijkheid identiteit en familierechtelijke relatie
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij haar gestelde moeder (referente). De staatssecretaris heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiseres onvoldoende documenten heeft overgelegd die haar identiteit en de familierechtelijke relatie aannemelijk maken.
Eiseres voerde aan dat de staatssecretaris onzorgvuldig heeft gehandeld door bepaalde verklaringen niet mee te wegen en dat zij voldoende heeft onderbouwd waarom zij geen identiteitsdocumenten kon overleggen. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt hoe zij zich zonder identiteitsdocumenten heeft kunnen verplaatsen en dat verklaringen over het vaccinatieboekje en de doopakte summier en wisselend zijn.
Hoewel het ontbreken van een geboorteakte eiseres niet kan worden tegengeworpen, heeft zij ook met andere documenten haar identiteit en familierechtelijke relatie niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris geen aanleiding had om een DNA-onderzoek aan te bieden. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de aanvraag in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.