ECLI:NL:RBDHA:2023:17420
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op compensatie transitievergoeding wegens betaling vóór 2021
Eiser heeft de arbeidsovereenkomst met een ex-werknemer beëindigd wegens bedrijfseconomische redenen en heeft een transitievergoeding betaald in 2016. Hij vroeg compensatie van deze vergoeding aan bij het UWV, die dit afwees op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid, een verkeerde grondslag.
De rechtbank stelt vast dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd wegens bedrijfseconomische redenen en dat compensatie sinds 1 januari 2021 ook mogelijk is bij beëindiging om die reden. Het bezwaar van eiser dat een pro rata compensatie mogelijk is vanwege het opzegverbod wegens ziekte, wordt niet besproken omdat dit niet relevant is.
Echter, eiser voldoet niet aan de voorwaarden van het Besluit compensatie transitievergoeding omdat hij de vergoeding ruim vóór 1 januari 2021 heeft betaald. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat de wetgever bewust geen terugwerkende kracht heeft gegeven.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, wijst het beroep toe, en veroordeelt het UWV tot vergoeding van griffierecht en reiskosten, maar wijst de gevorderde verletkosten af.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van compensatie wordt vernietigd, maar eiser heeft geen recht op compensatie omdat de transitievergoeding vóór 1 januari 2021 is betaald.