Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Procedure
2.Feiten
3.Verzoek
4.Verweer
5.Beoordeling
de zogenaamde e-grond, ktr.).
Rechtbank Den Haag
De kantonrechter heeft op 20 januari 2022 uitspraak gedaan in een zaak tussen een werkgever en werknemer die sinds 28 september 2021 zonder opgaaf van redenen niet meer op het werk verscheen. De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar handelen, met onmiddellijke ingang en zonder transitievergoeding.
De werknemer verscheen ter zitting en gaf aan dat hij elders was gaan werken en zich tekortgedaan voelde in beloning en voorzieningen, wat hem had gekwetst. De kantonrechter oordeelde dat het niet verschijnen en het niet reageren op contactverzoeken ernstig verwijtbaar was, waardoor voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet van de werkgever kon worden verlangd.
Hoewel de werknemer ernstig verwijtbaar handelde, achtte de kantonrechter het onaanvaardbaar dat geen transitievergoeding zou worden toegekend gezien de lange dienstbetrekking. Daarom werd een gedeeltelijke transitievergoeding van €2.500 bruto toegekend. De proceskosten werden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden met onmiddellijke ingang en gedeeltelijke transitievergoeding van €2.500 bruto toegekend.