ECLI:NL:RBDHA:2023:17468
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens gebrek aan aannemelijk risico bij terugkeer naar Marokko
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, heeft asiel aangevraagd in Nederland wegens vrees voor haar familie na seksueel misbruik door een neef en haar verwestering. Zij stelt verstoten te zijn door haar familie en geen bescherming te kunnen vragen van de Marokkaanse autoriteiten vanwege haar familiebanden met het koningshuis.
De staatssecretaris heeft haar asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat Marokko als veilig land van herkomst wordt beschouwd en eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een reëel risico loopt bij terugkeer. De rechtbank bevestigt dit oordeel na behandeling van het beroep.
De rechtbank overweegt dat eiseres weliswaar seksueel misbruikt is, maar niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij hierdoor of door haar verwestering een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Ook is onvoldoende gebleken dat zij vanwege psychische problemen niet in staat was haar verhaal te doen, zodat nader onderzoek niet noodzakelijk was.
Verder acht de rechtbank het niet aannemelijk dat eiseres in de tussenliggende jaren problemen heeft ondervonden van haar familie. De enkele verklaring over tatoeages en het niet dragen van een hoofddoek is onvoldoende om een risico aan te nemen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.