Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf nareis asiel. De rechtbank constateert dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser verweerder rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep is daarom ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen acht weken na verzending van de uitspraak een besluit moet nemen. Deze termijn is verlengd van de standaard twee weken naar acht weken vanwege de complexiteit van nareisaanvragen en het voornemen van verweerder om herstel van verzuim toe te passen om de aanvraag compleet te maken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 209,25, en het door eiser betaalde griffierecht van € 184,-.
De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier V.M. de Waard, en is openbaar bekendgemaakt op 31 oktober 2023. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van deze uitspraak.