ECLI:NL:RBDHA:2023:17608
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis en juiste referteperiode
Eiser heeft een WW-uitkering aangevraagd met als eerste dag van werkloosheid 8 augustus 2022. Het UWV heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser niet voldoet aan de wekeneis van 26 weken met minimaal één arbeidsuur in de referteperiode van 29 november 2021 tot en met 7 augustus 2022. Eiser betoogt dat de referteperiode onrechtvaardig is en dat hij gelijkgesteld moet worden met situaties van onbetaald verlof, wat de rechtbank afwijst.
De rechtbank oordeelt dat de referteperiode juist is vastgesteld en dat de periode waarin eiser zich aan zijn levensmissie wijdde niet gelijkgesteld kan worden aan onbetaald verlof zoals bedoeld in de WW. Ook is geen sprake van indirecte discriminatie van uitzendkrachten door de wekeneis. Eiser heeft onvoldoende objectieve gegevens overlegd om aan te tonen dat hij aan de wekeneis voldoet.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de dwingendrechtelijke bepalingen van de WW niet buiten toepassing kunnen worden gelaten op grond van het evenredigheidsbeginsel of andere rechtsbeginselen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag van de WW-uitkering wordt afgewezen wegens niet voldoen aan de wekeneis.