ECLI:NL:RBDHA:2023:17698
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelander uit Oekraïne niet onrechtmatig
Eiser, een derdelander uit Marokko, betwistte het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming, verleend op basis van Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen per 4 september 2023.
De rechtbank behandelde het beroep op 14 november 2023 en wees het verzoek om aanhouding af, ondanks lopende vergelijkbare zaken bij de Raad van State. De rechtbank volgde de eerdere meervoudige kameruitspraak van 30 oktober 2023 waarin werd vastgesteld dat de staatssecretaris bevoegd is de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep te beëindigen zonder individueel gehoor.
De beroepsgronden van eiser, waaronder een beroep op het vertrouwensbeginsel en bezwaren tegen de voornemenprocedure, werden verworpen. Er was geen sprake van ondubbelzinnige toezeggingen of motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.