ECLI:NL:RVS:2024:519
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 22 augustus 2023 vastgesteld dat het recht op tijdelijke bescherming van een vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 november 2023 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de tijdelijke bescherming die aan derdelanders wordt geboden op basis van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet voortijdig kan worden beëindigd door de staatssecretaris, maar doorloopt tot de in de richtlijn genoemde datum van 4 maart 2024. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2024:32). De grieven van de vreemdeling zijn gegrond, waardoor het hoger beroep slaagt.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, evenals het besluit van 22 augustus 2023. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Afdeling bepaalt dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen op welke wijze de voortzetting van de tijdelijke bescherming aan de vreemdeling wordt meegedeeld.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris dat de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 eindigt wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.