ECLI:NL:RBDHA:2023:1781
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Italië
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, diende op 18 juni 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 18 mei 2022 illegaal Italië was binnengekomen, waardoor Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Eiser voerde in beroep aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet langer geldt vanwege slechte opvangomstandigheden in Lampedusa, verwijzingen naar een circular letter van de Italiaanse Dublin-Unit en eerdere uitspraken van Nederlandse rechtbanken. Tevens stelde hij dat de beslistermijn was verstreken en verweerder op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro de aanvraag had moeten behandelen.
De rechtbank oordeelde dat Italië in beginsel verantwoordelijk blijft en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel niet geldt. De klachten over opvang waren onvoldoende onderbouwd en eiser kan klachten indienen bij Italiaanse autoriteiten. De overschrijding van de beslistermijn leidt niet tot het vervallen van het vertrouwensbeginsel. De tijdelijke opschorting van overdrachten door Italië vormt geen onrechtmatige vaststelling van verantwoordelijkheid.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië wordt ongegrond verklaard.