ECLI:NL:RBDHA:2023:1783
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is sinds 11 januari 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder op 23 januari 2023 geoordeeld dat de bewaring tot dat moment rechtmatig was.
In dit vervolgberoep stond de vraag centraal of sinds 18 januari 2023 de bewaring nog steeds rechtmatig is. Eiser stelde dat de Staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelde bij zijn uitzetting, omdat er slechts één rappellering bij de Marokkaanse autoriteiten had plaatsgevonden en hij slechts één keer was bezocht.
De rechtbank stelde vast dat sinds het sluiten van het vorige onderzoek drie weken waren verstreken, waarin een vertrekgesprek met eiser had plaatsgevonden en een schriftelijke rappellering bij de Marokkaanse autoriteiten. Dit achtte de rechtbank voldoende voortvarend handelen. De rechtbank zag geen aanleiding om ambtshalve het voortduren van de bewaring onrechtmatig te achten.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.