ECLI:NL:RBDHA:2023:17875
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Rechter legt staatssecretaris beslistermijn en dwangsom op voor asielaanvraag
Eiser heeft op 30 april 2021 een nieuwe aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag aanvankelijk ongegrond, maar trok deze beschikking later in. Eiser stelde de staatssecretaris in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en stelde meerdere keren beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank verklaarde het eerste beroep gegrond en legde een beslistermijn van acht weken op met een dwangsom van €100 per dag. Omdat de staatssecretaris niet binnen deze termijn besloot, werd een tweede beroep ingesteld. De rechtbank achtte een termijn van acht weken niet passend gezien een aanvullend nader gehoor had plaatsgevonden en de maximale termijn van 21 maanden was verstreken.
De rechtbank legde daarom een kortere beslistermijn van vier weken op en verhoogde de dwangsom naar €200 per dag met een maximum van €15.000. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser. De eerdere dwangsom blijft onverminderd van kracht.
Uitkomst: De rechtbank legt de staatssecretaris een beslistermijn van vier weken en een dwangsom van €200 per dag op wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.