Eiseres, een Russische nationaliteit houdende vrouw, kreeg op 15 juli 2022 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door verweerder. Dit besluit volgde op het gebruik van een vermeend vals Griekse verblijfsdocument bij grenscontrole. Eiseres stelde dat zij ten onrechte zonder advocaat was gehoord en dat het terugkeerbesluit onrechtmatig was omdat haar verblijfsrecht in Griekenland niet correct was onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat het horen zonder advocaat rechtmatig was, aangezien eiseres het recht op rechtsbijstand had afgewezen en zij de tolk goed verstond. Verweerder had toegezegd het verblijfsrecht van eiseres in Griekenland te laten verifiëren bij de Griekse autoriteiten. Het onderzoek dat daarop volgde was echter summier, onzorgvuldig en gaf geen antwoord op de vraag of eiseres ten tijde van het besluit rechtmatig verblijf had.
Gezien de belangen van eiseres, waaronder haar zwangerschap en partner in Nederland, en de lange duur van de procedure, zag de rechtbank geen aanleiding om verweerder een nieuw onderzoek te laten doen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het terugkeerbesluit en het daarmee samenhangende inreisverbod en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiseres.