ECLI:NL:RBDHA:2023:18046
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering kapvergunning watercipres wegens behoudsbelang gezonde boom
Eiser verzocht om een omgevingsvergunning voor het kappen van een watercipres bij zijn woning vanwege vermeende overlast en mogelijke schade aan fundering en wandelpad. Verweerder weigerde de vergunning op grond van het 'nee-tenzij'-principe, waarbij gezonde bomen in principe behouden worden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder deze vaste gedragslijn terecht hanteert, ook al is deze niet vastgelegd in een beleidsregel, mits deze niet onredelijk is en individueel wordt gemotiveerd. De belangenafweging, gebaseerd op het belangenafwegingsformulier (BAF), is zorgvuldig uitgevoerd en houdt rekening met de gezondheid van de boom, de overlast en mogelijke toekomstige schade.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de boom ziek is of dat de overlast en schade ernstig genoeg zijn om de kap te rechtvaardigen. De rechtbank stelt dat het belang van het behoud van de boom zwaarder weegt dan het belang van eiser bij kap. Ook is geen strijd met het eigendomsrecht of het EVRM vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de kapvergunning.