ECLI:NL:RBDHA:2023:18090
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis asiel wegens niet aangetoonde familierechtelijke relatie
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel. De aanvraag was gericht op verblijf bij hun vader, die asiel had gekregen in Nederland. De aanvraag werd primair afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat de eisers een familierechtelijke relatie hadden met de gestelde biologische moeder.
Tijdens de procedure werden diverse documenten overgelegd, waaronder geboorteakten, identiteitskaarten, huwelijks- en voogdijverklaringen en DNA-onderzoeken. Bureau Documenten stelde echter vast dat sommige documenten vals waren en dat de voogdijverklaring onvoldoende betrouwbaar was. Het DNA-onderzoek toonde aan dat de gestelde moeder niet de biologische moeder was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag had afgewezen omdat de identiteit en familierechtelijke relatie niet aannemelijk waren gemaakt. Ook het beroep op bijzondere omstandigheden slaagde niet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de aanvraag voor machtiging tot voorlopig verblijf is afgewezen.