ECLI:NL:RBDHA:2023:18191
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse homoseksuele wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende bewijs
Eiser, een Nigeriaanse man, verzocht op 9 december 2021 om een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn homoseksuele geaardheid en de dreiging van een gevangenisstraf van veertien jaar in Nigeria. Daarnaast vreesde hij voor leden van de Cultis Fraternity vanwege een schuld aan een mensensmokkelaar. De staatssecretaris wees de aanvraag op 16 oktober 2023 af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende bewijs leverde en zijn verhaal inconsistent was.
De rechtbank behandelde het beroep op 8 november 2023 en concludeerde dat eiser zijn identiteit niet aannemelijk had gemaakt en zijn verklaringen over zijn seksuele geaardheid en de dreigingen onvoldoende geloofwaardig waren. Hij gaf slechts summiere en tegenstrijdige verklaringen over zijn gevoelens, relaties en de omstandigheden van zijn vlucht. Ook het overgelegde arrestatiebevel werd als waarschijnlijk vals beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht geen toepassing gaf aan artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 wegens gebrek aan recente medische onderbouwing van de psychische klachten. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende bewijs.