Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , V-nummer: [V-nr.] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, diende in december 2018 een asielaanvraag in die door de staatssecretaris in november 2023 werd afgewezen. Eiser stelde te vrezen voor vervolging wegens betrokkenheid bij stemfraude, het doden van een persoon en het slaan van een politieagent. De staatssecretaris achtte de beschuldigingen niet aannemelijk en vond dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij daadwerkelijk beschuldigd werd of in negatieve belangstelling stond.
De rechtbank oordeelde dat eiser tekort was geschoten in het aannemelijk maken en verifiëren van zijn asielrelaas. De stelling dat opsporingsbevelen niet worden gebruikt in Nigeria en dat een verklaring van zijn moeder onvoldoende zou zijn, werd niet gevolgd. Ook de vrees voor vervolging werd niet aannemelijk geacht.
Wel werd geoordeeld dat de staatssecretaris ten onrechte geen vertrektermijn van vier weken had toegekend en onterecht een inreisverbod van twee jaar had opgelegd zonder deugdelijke motivering en zonder dit in het voornemen te vermelden. Deze onderdelen van het besluit werden vernietigd. De rest van het beroep werd ongegrond verklaard. De staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard, waarbij de vertrektermijn en het inreisverbod worden vernietigd en een vertrektermijn van vier weken wordt vastgesteld.