ECLI:NL:RBDHA:2023:18200
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake gefaciliteerd vertrek naar Duitsland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de verlenging van de overdrachtstermijn aan Duitsland en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is, omdat de overdracht een gefaciliteerd vertrek betreft waarbij verzoeker zelf bepaalt of de overdracht plaatsvindt.
Verweerder heeft toegelicht dat als verzoeker niet meewerkt aan het vertrek, hij niet gedwongen zal worden overgedragen. Verzoeker stelt dat het om een gedwongen vertrek gaat, maar de rechter ziet geen reden om aan de verklaring van verweerder te twijfelen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af en kondigt aan dat de beroepszaak over de verlenging van de overdrachtstermijn spoedig zal worden behandeld. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.