Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft op 15 juni 2025 asiel aangevraagd in Nederland. Bij besluit van 5 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Verzoekster heeft beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd om overdracht aan Kroatië te voorkomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de geplande overdracht op 13 oktober 2025 een vrijwillige overdracht betreft en dat niet meewerken aan overdracht kan leiden tot inbewaringstelling. Dit schept een spoedeisend belang, maar verzoekster heeft onvoldoende concrete feiten aangevoerd om de schending van haar rechten aannemelijk te maken.
De rechter stelt vast dat Kroatië op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel wordt geacht zijn internationale verplichtingen na te komen. Verzoekster heeft geen recente medische stukken overgelegd die aantonen dat medische zorg in Kroatië onvoldoende is. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat een schending van artikel 3 EVRM Pro zal plaatsvinden.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep tegen het bestreden besluit zal naar verwachting ook ongegrond worden verklaard. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Kroatië wordt afgewezen.