Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft verzet aangetekend tegen een eerdere uitspraak waarin zijn beroep tegen de overdracht naar Kroatië in het kader van de Dublin-verordening ongegrond werd verklaard. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om zijn geplande overdracht op 23 mei 2025 te voorkomen, mede vanwege medische en psychische klachten.
De voorzieningenrechter overwoog dat de overdracht een gefaciliteerde, vrijwillige overdracht betreft zonder gedwongen karakter. Verzoeker kan zelf bepalen of hij meewerkt, en bij weigering zal geen gedwongen vertrek plaatsvinden. Dit ontneemt het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Ook de medische situatie van verzoeker biedt geen aanleiding tot een ander oordeel. Het overgelegde medisch bewijs toont niet aan dat Nederland het meest aangewezen land is voor behandeling, en Kroatië beschikt over vergelijkbare medische voorzieningen. De voorzieningenrechter concludeerde dat geen onverwijlde spoed bestaat die een voorlopige voorziening rechtvaardigt en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening ter voorkoming van de overdracht naar Kroatië wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.