Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse Ahmadi, vroeg asiel aan in Nederland op 29 mei 2023. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Oostenrijk verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, gezien een eerdere asielaanvraag van eiser in Oostenrijk in juni 2021.
Eiser vreesde indirect refoulement bij terugkeer naar Oostenrijk, omdat Oostenrijk een ander beschermingsbeleid voert en zijn eerdere aanvraag had afgewezen. Hij overwoog dat Nederland nader onderzoek moest doen naar de opvangmogelijkheden in Oostenrijk en dat artikel 17 Dublinverordening Pro toegepast had moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat Oostenrijk in beginsel verantwoordelijk is en dat verweerder mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat Oostenrijk een fundamenteel ander beschermingsbeleid voert dat leidt tot een reëel risico op indirect refoulement. De Oostenrijkse autoriteiten hebben bovendien een claimakkoord gesloten om de asielaanvraag conform Europese richtlijnen te behandelen.
De rechtbank vond dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom artikel 17 niet Pro werd toegepast en concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die overdracht aan Oostenrijk onevenredig maken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.