Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
De belangenafweging valt in het nadeel van eiser uit, omdat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie is, eiser al langere tijd verzorgd wordt door zijn moeder, referent vrijwillig is vertrokken, niet gebleken is dat derden niet kunnen helpen in de verzorging of deze kunnen overnemen, er geen objectieve belemmering bestaat om het gezinsleven in Turkije uit te oefenen en het economisch belang in het nadeel weegt omdat eiser niet kan werken maar wel zorg nodig heeft.
De belangenafweging valt ten onrechte in het nadeel van eiser uit, omdat eiser een zeldzame ziekte heeft waardoor hij volledig afhankelijk is van zorg en zijn moeder de zorg niet meer kan verlenen. Referent biedt sinds het vrijwillig vertrek financiële ondersteuning en keert regelmatig terug om eiser te verzorgen. Bovendien verblijft zijn broertje ook in Nederland. Tot slot mag het economisch belang niet in het nadeel wegen omdat eiser verzorgd zal worden op kosten van referent en zijn echtgenote in hun zorgbedrijf.
Toetsingskader
Is sprake van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid?
12. De staatssecretaris heeft zich ook op het standpunt gesteld dat de moeder van eiser de benodigde zorg kan verlenen, zo nodig met behulp van ingekocht personeel. In het uiterste geval kan eiser in een zorginstelling in Turkije geplaatst worden. Eiser heeft in dat kader naar voren gebracht dat er geen gekwalificeerd personeel is in Turkije. [12] Ter zitting is nader toegelicht dat er twee pogingen zijn geweest met de inzet van zorgpersoneel dat bij eiser thuis ondersteuning kwam verlenen. Daarbij heeft eenmaal een medewerker eiser laten vallen, waarbij eiser verwondingen heeft opgelopen. Een andere keer is eiser bijna gestikt. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd heeft dat de moeder van eiser de benodigde zorg met behulp van ingekocht personeel kan geven. Bovendien heeft de staatssecretaris niet betwist dat sprake is van een zeer zeldzame ziekte [13] , waardoor niet zonder meer de benodigde expertise aanwezig is in Turkije. De staatssecretaris heeft dit niet betrokken in de beoordeling. De staatssecretaris kon zich daarom ook niet zonder nadere motivering op het standpunt stellen dat eiser in een zorginstelling in Turkije geplaatst kan worden. Daarom bestaat ook op dit punt een motiveringsgebrek.
De belangenafweging13. Het voorgaande heeft ook gevolgen voor de door de staatssecretaris verrichte belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro. Het geconstateerde motiveringsgebrek brengt mee dat ditzelfde gebrek de belangenafweging treft. De staatssecretaris heeft namelijk het ontbreken van familie- of gezinsleven, het vrijwillig vertrek van referent, de verzorging door zijn moeder sinds dat vertrek en het standpunt dat derden kunnen helpen in de zorg of de zorg volledig kunnen overnemen in het nadeel van eiser meegewogen.
Conclusie en gevolgen