ECLI:NL:RVS:2018:2533
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bijzondere emotionele band
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 augustus 2015 een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af voor vreemdelingen die verblijf wilden verkrijgen bij hun meerderjarige zoon, de referent. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat er geen 'more than the normal emotional ties' bestonden tussen de vreemdelingen en de referent. De medische situatie en financiële ondersteuning vanuit Nederland maakten aannemelijk dat er geen bijzondere emotionele band was.
Daarnaast stelde de Raad vast dat de staatssecretaris onterecht had aangenomen dat de Gezinsherenigingsrichtlijn niet van toepassing was. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was met betrekking tot de richtlijn, waardoor het besluit op dit punt een gebrek vertoonde.
De Raad van State bevestigde echter de uitspraak van de rechtbank met verbetering van de gronden en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris kennelijk ongegrond.