Eiser diende op 15 april 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De beslistermijn van zes maanden ging in op 19 mei 2022, maar werd verlengd met negen maanden door een besluit van 27 september 2022. Verweerder heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen, ondanks ingebrekestelling op 13 september 2023.
De rechtbank oordeelt dat het beroep van eiser kennelijk gegrond is wegens het niet tijdig beslissen. Er wordt een uiterlijke beslistermijn van acht weken opgelegd, rekening houdend met een nader gehoor en de mogelijkheid voor eiser om zienswijzen te geven. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 voor elke dag overschrijding.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van €209,25 toegekend, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de lichte aard van de zaak. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.